background – Werkgebied
De juiste begeleiding voor uw kind!

Dyscalculie

WAT IS DYSCALCULIE?
De definitie is volgens Ruijssenaars: rekenen is een proces waarin een realiteit of een abstractie daarvan wordt geordend of herordend met behulp van op inzicht berustende denkhandelingen. Deze ordening is te kwantificeren en laat toe om er logische operaties op uit te voeren dan wel af te leiden. In deze definitie liggen het voorbereidend, het aanvankelijk en het gevorderde rekenen.
» Rekenen is een actief proces. Het veronderstelt (denk)handelingen, met of zonder materiaal. Het uitvoeren van deze handelingen betekent het teweegbrengen van veranderingen: toevoegen, opdelen, vereenvoudigen volgens een logisch en doelgericht proces.
» Rekenen is ook een proces van informatieverwerking: analyseren van binnenkomende prikkels, vergelijken van beschikbare kennis, het in het werkgeheugen beschikbaar houden van informatie en tussentijds controleren.
» Rekenen vraagt ook om abstraheren, verbanden kunnen leggen en logisch redeneren: rekenen als probleemoplossing. Het moet een logisch verlopend rekenproces, een oplossingsproces zijn: de ene stap heeft gevolgen voor de andere.
» Rekenen is een proces van verwerving: het moet aangeleerd worden via een systematische overdracht van kennis.
» Het uitvoeren van denkhandelingen is het leren van en het omgaan met de rekentaal, uiteindelijk in de vorm van symbolen en formules.
Bij dyscalculie gaat het om een fikse discrepantie tussen de rekenprestaties van het kind en de verstandelijke capaciteiten van het kind. Veelal ligt in één van de drie pijlers van het rekenen de verklarende factor:
» in de rekenhandelingen (die gestoeld zijn op ruimtelijk inzicht)
» in de informatieverwerking en
» in het probleem oplossen

ER ZIJN TWEE VORMEN VAN DYSCALCULIE:
De eerste vorm treedt vooral op in het voorbereidend rekenen en zou zijn oorsprong vooral hebben in de ruimtelijke oriëntatie. De tweede vorm heeft betrekking op het aanvankelijk en voortgezet rekenen en heeft zijn oorsprong meer in het geheugen en in het probleem oplossen. De achterstand en de hardnekkigheid bepalen de ernst.
Voor de prognose kijken we naar de hoeveelheid belemmerende factoren (b.v. zwakke informatieverwerking en onvoldoende inzicht in handelingsstrategieën) en naar de positieve factoren in het kind (b.v. goede motivatie, goed zelfvertrouwen en goed in lezen/spellen).
De primaire kenmerken van dyscalculie:
Dyscalculie kan vastgesteld worden aan de hand van de volgende criteria:
» er is sprake van een duidelijke achterstand met rekenen t.o.v. de leeftijdsnorm
» er is sprake van een discrepantie tussen de verstandelijke capaciteiten en de rekenprestaties
» er is sprake van een taakverwant contrast. Bij taaltaken (met name begrijpend lezen) wordt significant beter gepresteerd
» er is sprake van een gestoorde visueel-ruimtelijke ontwikkeling (bij dyscalculie in het voorbereidend en aanvankelijk rekenen) en/of van een gestoorde informatieverwerking en/of van een onvoldoende probleemoplossing (bij dyscalculie in het aanvankelijk en voortgezet rekenen).

MOGELIJKE OORZAKEN VAN DYSCALCULIE:
Voordat de oorzaken van dyscalculie worden aangegeven, wordt de rol van de ontwikkeling van het getalbegrip en van het tellen voor het rekenen nader beschreven. Het getalbegrip is de basis waarop het rekenen berust.
Het kind heeft getalbegrip wanneer het begrijpt dat kardinatie (het aangeven van hoeveel) en ordinatie (het aangeven van de hoeveelste) twee kanten zijn van één medaille en hoe ze dat zijn. Het is de scharnier tussen de denkontwikkeling en de latere rekenbewerkingen. Een getal moet worden opgevat als het resultaat van een uitgevoerde telhandeling en dat niet alles opnieuw geteld hoeft te worden als er iets wordt toegevoegd of weggehaald.
Het getalbegrip ontwikkelt zich doordat het kind inzicht krijgt in logische relaties. Het gaat dan om classificerend ordenen, om seriërend ordenen, metend ordenen, het ordenen volgens paarsgewijze overeenkomst en het overwinnen van de directe waarneming (conservatie). Het betreft niet de pure rekenvoorwaarden (die eerst ontwikkeld moeten zijn wil je aan rekenen beginnen) of het hiërarchisch doorlopen van fasen, maar aspecten van de denkontwikkeling die elkaar aanvullen, compenseren en beïnvloeden tijdens en voor het rekenproces. Tellen wordt meer en meer van belang geacht als de basis voor de totstandkoming van het getalbegrip.

Er is een duidelijke volgorde van fasen in het leren tellen:
» akoestisch tellen (opzeggen van willekeurige getallenrij)
» asynchroon tellen (daadwerkeljik tellen van voorwerpen; handelen en tellen lopen nog niet synchroon)
» synchroon tellen (tegelijkertijd wegschuiven en het bijbehorende getal noemen)
» resultatief tellen (het laatst genoemde telwoord geeft de hoeveelheid aan)
» verkort tellen (adequate kortere manieren van tellen om de hoeveelheid te bepalen)
Het inzicht in logische relaties en het tellen beginnen zich gelijktijdig vanaf het derde jaar te ontwikkelen. De telvaardigheid en de “rekenvoorwaarden” beïnvloeden elkaar tijdens deze ontwikkeling en leiden samen naar het getalbegrip.

Ordenend handelen:
o classificeren
o seriëren
o paarsgewijs ordenen
o meten
o overwinnen directe waarneming (conservatie)
o rekenbegrippen
o kennen van de telrij als reeks
o kennen van de spelregels van het tellen
o kunnen toepassen van de spelregels bij het tellen van voorwerpen
o getal opvatten als kardinaal en ordinaal
inzicht in logische relaties
tellen
getalbegrip

Vanuit de ontwikkelingspsychologie worden rekenproblemen opgevat als een niet goed tot stand komen van het getalbegrip door een niet vervuld zijn van de rekenvoorwaarden meten, classificatie, seriatie, conservatie, correspondentie en tellen.

VOOR DE OORZAKEN VAN DYSCALCULIE MOET JE KIJKEN NAAR HET REKENPROCES:
Er kunnen rekenproblemen zijn in de vorm van problemen in het leren en het uitvoeren van rekenhandelingen:
Bij de mate van verinnerlijking, van verkorting, van beheersing/automatisering, van wendbaarheid. Denkhandelingen vormen de laatste fase van een proces. Denken is het resultaat van een geleidelijke overgang van concrete handelingen naar het denken aan handelingen. Op vier kenmerken van handelingen kunnen problemen voorkomen:
» de mate van verinnerlijking (materieel/perceptief/verbaal/mentaal)
» de mate van verkorting (minder handelingen, geïntegreerde handelingen)
» de mate van beheersing (automatisering, geoefendheid)
» de mate van wendbaarheid (toepasbaarheid)
Er kunnen rekenproblemen zijn in de vorm van problemen in het proces van informatieverwerking:
In de geheugencapaciteit (is er genoeg geheugenruimte?), in het controleren en bewerken van de informatie (strategie die gebruikt wordt bij de bewerking van de informatie) en in de uitvoerende en sturende functie (die de stappen overziet en coördineert). Bij kinderen met dyscalculie is er niet zozeer een aandachtstekort, maar een te weinig automatische herkenning of identificatie van relevante informatie. Doordat er te weinig geautomatiseerde voorkennis is, kan het kind zich niet meer richten op de structuur van een opgave of van een probleem. Problemen met het LTM en het werkgeheugen.
Er kunnen rekenproblemen zijn in het oplossingsproces:
In de probleemidentificatie (is het een probleem of weet ik meteen het antwoord), in het vinden van oplossingsmethoden (kan ik schatten, moet ik een algoritme gebruiken) of in het geven van de oplossing of in het controleren. De meest recente onderzoeksgegevens geven in hun verklaring de prioriteit aan de problemen in de informatieverwerking.

Leren op maat

Leren op maat

Door de individuele benadering worden er meer mogelijkheden gecreëerd om aan de hulpvraag van een kind te voldoen.

Werkgebied

Dyslexie
Dyscalculie
Dysorthografie
Faalangst
Hoogbegaafdheid
Intelligentieonderzoek
Voortgezet onderwijs

Copyright

ontworpen door WvH Creative